Café Theater Festival 2017: Dankwoord

Acht keer. Acht keer in 3 dagen mocht ik – samen met een fantastisch team – de voorstelling “Is Alles Naar Mens?” spelen. Acht keer in een weekend mocht ik een daverend applaus in ontvangst nemen.

Driekwart jaar geleden besloot ik weer een concept in te dienen voor het Café Theater Festival, waar ik eerder ook al had gestaan. Ik had wat ideeën, maar wilde het zeker niet in mijn eentje doen. Schoenmaker, blijf bij je leest. Ik wilde de voorstelling graag maken, bedenken, vormgeven en spelen, maar ik had daar een regisseur bij nodig. Ik sprak af met Jelle Zijlstra, waar ik een enkele keer wat woorden mee had gewisseld en van wie ik al wat werk had gezien. Dat gesprek ging goed, we waren beiden enthousiast. Er ging nog een hele zomer overheen voordat er daadwerkelijk stappen werden gezet. De rest is geschiedenis: het concept is opgestuurd, uit de ruim 100 aanmeldingen werden wij met 50 andere groepen uitgenodigd op gesprek, en uiteindelijk hoorden we bij de 27 acts die de voorstelling mochten gaan maken.

Foto door Rogier Boogaard
Foto door Rogier Boogaard

Eind november zijn we concrete plannen gaan maken en besloten bovendien om tekstschrijver/librettist Annoesjka van Bussel er bij te vragen voor het verhaal. Dat bleek al een goede zet, zodra ze ons begin december de eerste pagina toestuurde. Haar teksten zijn ritmisch, muzikaal, poëtisch en rollen heel gemakkelijk over de tong. Ze gebruikte veel van het materiaal dat ik haar aanleverde en tilde dat naar iets hogers. Bitterballen stonden opeens symbool voor breekbaarheid, maar ook voor seksuele intimidatie. Doodgeslagen bier stond opeens letterlijk voor de dood, maar ook voor het (willen) vergeten ervan.

In januari was het verhaal af en zou er nog heel veel geschaafd, geschrapt en omgegooid worden, maar we konden toen daadwerkelijk de vloer op met de tekst. Inmiddels had ik pianist Robert van de Padt en bassist Hidde Roorda gevraagd om mij muzikaal bij te staan. Bij één lied wou ik graag Roberts hulp met de compositie, omdat ik de tekst al dusdanig ingewikkeld vond om te schrijven, dat ik het nauwelijks nog van een afstand kon bekijken.

De laatste maandagavond van februari was het zover: de try-out. Ik was nerveus. Heel erg nerveus. Ik denk oprecht dat ik nog nooit zo nerveus ben geweest. Ik herkende mezelf niet, toen ik die avond met moeite een kom soep naar binnen probeerde te werken. Ik had buikpijn, voelde me niet lekker, had er ook helemaal geen zin in. De try-out heb ik erg gespannen gespeeld. Mijn mond maakte vanaf het eerste zinnetje geen speeksel meer aan en tot aan het eerste lied kon ik letters als de b en de p nauwelijks uitspreken. Totaal uitgedroogd. Pas na het eerste lied kwam de speekseltoevoer weer een beetje op gang, als ook mijn spel.

Ik kon er niet van genieten. De hele try-out niet. De reacties waren prima. Niet uitbundig, niet negatief. Gewoon, prima. De woensdag erop zouden we nog een keer repeteren. Daar had ik ook geen zin meer in. Ik vind repeteren überhaupt al niet het leukste onderdeel van een voorstelling, maar nu was ik er gewoon een beetje klaar mee. Elke vezel in mijn lijf bood weerstand. Die generale repetitie mondde per ongeluk ook nog eens uit in een 2e try-out, omdat plotseling het café vol stroomde. En niemand zat erop te wachten dat er een gast met zijn sympathieke hoofd een verhaal kwam vertellen over 7 mannen in een kroeg. Kortom, ook die try-out gaf me geen energie.

Dezelfde middag ben ik samen met mijn vriendin de stad uit gevlucht. Even 2 dagen iets anders. Even uitwaaien. Op vrijdag was de première en daar was ik ook weer goed nerveus voor. Ik was niet eens echt nerveus dat mensen het niet goed zouden vinden; ik was nerveus omdat ik bang was dat ik er helemaal niet meer van zou kunnen genieten. Ik had al een tijdje geen voorstelling meer gespeeld. Het leek me verschrikkelijk om op mijn 27e al te moeten concluderen dat ik niet meer op het podium thuis hoor. Dat ik mijn prille carrière nu al in de wilgen zou moeten hangen. Daar was ik bang voor.

Die vrijdag openden Jasper Smit en Elke Vierveijzer het festival: een duo-voorstelling over de staat van het café. Die voorstelling eindigde met een pleidooi, gericht aan alle makers: dat we onderdeel zijn van iets groters, dat we het moeten doen voor het grotere geheel, dat het onze taak is om de mensen mooie dingen te laten zien.

Opeens waren mijn zenuwen verdwenen. Inderdaad, het gaat niet om mij; het gaat om het grotere geheel. ’s Avonds beleefde de voorstelling zijn première, die met luid applaus werd ontvangen. En het allerbelangrijkste: ik heb ontzettend genoten van het spelen van die voorstelling, het ging opeens allemaal vanzelf. De tweede voorstelling van die avond raakte ik zelfs even mijn tekst kwijt, omdat ik zelf geëmotioneerd raakte van de sfeer in het café. Alle acht de voorstelling heb ik genoten. Van het publiek, van de sfeer en van mezelf. Ach, behalve eentje dan, omdat ik 3 minuten voor aanvang voor de ogen van het hele publiek per ongeluk bij twee heren een paar biertjes in hun nek kieperde, en ik op dat moment besefte dat ik 5 minuten later nog zou moeten zingen dat ik iedereen een lul vind. Die voorstelling ging dan ook niet zo goed. Maar zelfs toen werd er gelachen en luid geapplaudisseerd.

De jury-, publiek- en podiumprijzen zijn stuk voor stuk en geheel terecht naar makers gegaan met heel erg mooie voorstellingen. Wij zijn niet in de prijzen gevallen, maar ik begreep dat we er bij zowel publiek als jury er heel dicht bij zaten.

Acht keer. Acht keer mocht ik de voorstelling spelen en acht keer mocht ik een oprecht luid en lang applaus in ontvangst nemen. Ik wil via deze weg heel veel dank uitspreken naar mijn geduldige regisseur Jelle Zijlstra, mijn trouwe muzikanten Robert van der Padt en Hidde Roorda, lieve librettist Annoesjka van Bussel, al mijn collega’s bij het Louis Hartlooper Complex, programmeur Gido Broers voor de aangename begeleiding, Elke Vierveijzer en Jasper Smit voor hun mooie reddende woorden, de juryleden voor de fijne gesprekken, het publiek voor hun eerlijkheid, stilte en applaus, alle makers van deze editie van het CTF en uiteraard alle medewerkers en vrijwilligers van het Café Theater Festival. We waren onderdeel van een groter geheel en hebben gezamenlijk iets heel bijzonders neergezet!