Liedanalyse: Rue de Mouffetard

Stef Bos, Rue de Mouffetard, Zien (1999) en Storm (2007)

– liedanalyse door Siebe Palmen
Op 2 juni 2014 treedt Stef Bos op het Concertgebouw en ik mag erbij zijn! Ik ben al van jongs af aan liefhebber geweest van het Nederlandstalige lied en Stef Bos was nagenoeg de eerste theaterzanger waarmee ik als vroege tiener in aanraking kwam. Ontwapenend vond ik zijn muziek toen al. Ik heb ook al enkele theaterconcerten mogen bewonderen, ontzettend inspirerend. De afgelopen jaren ben ik hem weer even kwijt geweest, zoals dat met elke held een keer gebeurt, maar ik heb onlangs zijn muziek weer herontdekt.

Het lied dat ik voor deze liedanalyse ontleed, is een van mijn favoriete chansons van zijn hand. Omdat het voor mijn gevoel altijd over mij gaat. Ofwel wie ik was, ofwel wie ik ben, ofwel wie ik wil zijn, ofwel wie ik word. Afhankelijk van de fase waarin ik mij bevind.

Man, wat kijk ik uit naar zijn concert!

Het is laat
Het is licht, het is morgen
En vandaag is gisteren geworden
Kom vriend,
We heffen nog één glas
Op wat zal komen en wat was

De sfeer is wat mij betreft gezet. Bos zit – in een café, of thuis – samen met een vriend te drinken en te proosten op het verleden en de toekomst. Inmiddels is het nacht. Een goede nacht. Bourgondisch. Gezellig. Vriendschappelijk. Zoals het het hoort.

Een nieuwe dag
De vroege vogels staan al op
Binnen een uur
Draait deze hele wereld zot
Dan staan de auto’s zij aan zij
Op een weg die God weet waarheen leidt

Waar Bos het eerder nog laat noemde, praat hij nu over vroege vogels. Om maar even het verschil in ervaring van een tijdstip aan te geven. Voor Bos en zijn vriend is het laat, zij zijn al op sinds de vorige dag. Voor de mensen die naar hun werk moeten, is het maar vroeg. Binnen een uur staat iedereen weer in de file naar diezelfde hersenloze kantoorbaan zonder doel (ik chargeer…). Vroege vogels is natuurlijk ook letterlijk: de eerste vogels fluiten alweer. We kunnen nu wel een inschatting maken van hoe laat het ongeveer zal zijn. Een uurtje of 6 ’s ochtends? En aangezien het licht is, zal het midden in de lente, of begin van de zomer zijn. Ik vind dit belangrijk, omdat Bos een sfeer zet en dit alles bijdraagt aan die sfeer.

Kom vriend, we pakken zo direct
De eerste trein
Om voor de avond ergens
In Parijs te zijn

Kom vriend. Opnieuw. Volgens mij noem je iemand alleen zo direct je vriend als er een cynische of ironische ondertoon in zit, of als je het écht meent. Volgens mij is dat laatste hier aan de hand. Bos doet hier in een opwelling een voorstel, dat je niet kan en mag weigeren.

Om vóór de avond in Parijs te zijn, hoef je niet per sé de allereerste trein te pakken. Een treinreis naar Parijs duurt vanaf Amsterdam nog geen 3,5 uur. Ervan uitgaande dat hij in al Amsterdam zit, kunnen ze dus zelfs voor de middag in Parijs zijn. Echter, het woord ergens maakt het verschil. Hij wil niet voor de avond op het station van Parijs zijn, hij wil voor de avond midden in het bruisende leven van Parijs, de stad, staan. Ja, en voordat je dan bent op de plek waar je wilt zijn (en je weet nog niet wat die plek is), dan ben je iets langer bezig.

Parijs dus. Daar gaan ze (en wij als luisteraar) heen. Maar waarom? Op wat voor moment doe je een dergelijk voorstel? Naar een paar glazen, ongetwijfeld. Maar waarschijnlijk zit die vriend even niet zo lekker in zijn vel. En weet Bos hoe dit hem kan opbeuren.

En ik laat je zien waar ik wou wonen
In de Rue de Mouffetard
Met de vrouw van mijn dromen
Ik was negentien jaar
Met de pretentie van een dichter
Die nog niets geschreven heeft
En die alleen in zijn verbeelding
Tot de bodem heeft geleefd

De rustige nachtmuziek verwordt komt in beweging: het is nu een chanson geworden in een driekwartsmaat (hoem-pa-pa hoem-pa-pa) die het leven viert. Zeer gepast.

Bos verbeeldt de dromer, de romanticus die hij ooit was. Rue de Mouffetard is een van de oudste en meest karakteristieke straten van het Quarter Latin, een wijk in Parijs. In deze wijk, met een zeer rijke geschiedenis, kwamen en komen kunstenaars van alle soorten samen. En als jonge schrijver, dichter en zanger maak je daar natuurlijk graag deel van uit. Althans, hij had grote dromen en bijna waanideeën over wie hij was; het typische romantische beeld van een zanger/dichter vol idealen die laag aan de grond het geld voor zijn drank bij elkaar schrijft. Shaffy, Brel. Inmiddels weet Bos dat dat natuurlijk een slechts een geromantiseerde voorstelling was waaraan hij nooit zou kunnen voldoen.

En het café waar ik kwam
Op de Place de Clichy
Tussen de hoeren en de heren
Dus tussen alles en niets
Tussen schrijvers en schilders
Met vergeten namen
Ze deden niet veel
Maar ze konden goed praten

Place de Clichy is een plein in een andere wijk van Parijs met heel veel café’s en andere uitgaansgelegenheden. De tweede helft van het couplet (Tussen schrijvers…) vind ik prachtig. Het schetst een heerlijk beeld van kunstenaars met de prachtigste verhalen in de kroeg, maar zogenaamd vergeten ze op te schrijven of te schilderen.

Kijk naar buiten, vriend
De wereld draait en draait
We jagen allemaal op iets
Of worden opgejaagd
Laat ons doen alsof
Er niemand op ons wacht
Laat ons reizen door de tijd
Naar dat wat was

De muziek wordt weer rustig. Terug in het café.
Hier wordt de kern duidelijk; het doel van Bos. De vriend waarmee hij zit, verdrinkt in gewoonte, hectiek en stress en Bos ziet een mogelijkheid om hier even uit te breken.

Naar de lente, naar de parken
De fonteinen in de zon
Waar de liefde werd geboren
Waar het einde niet bestond
Naar de lonkende terrassen
In het Latijnse kwartier
Waar ik de hemel wou bestormen
Met mijn woorden van papier

We zijn weer terug in Parijs. En de levendige wals start weer in. Het Latijnse Kwartier: Quarter Latin, ik noemde het eerder al. Wat was het leven mooi, toen.

En ik danste met de liefde
Van mijn leven op straat
Overtuigd dat het goede
Het kwade verslaat
En ik weet nog hoe vaak
Ik de waarheid verzweeg
Omdat ik voelde hoe mijn liefde
In het donker verdween

De kernboodschap van deze strofe is eigenlijk: inmiddels weet ik beter. Ik was jong en onbezonnen. Tot nu toe is de tekst veelal positief geweest; hoe mooi het wel niet was, ook al had hij grote dromen. Maar hier is Bos voor het eerst vrij direct toch wat somberder, maar met een positieve ondertoon: ik ben er bovenop gekomen.

Even een korte noot over het rijmschema. Meestal wanneer een liedschrijver gaat rijmen, maakt hij overwegend gebruik van volrijm (laars – kaars) en zo nu en dan klankrijm (vang – hand), omdat dat nu even zo uitkomt, bij gebrek aan beter. Maar klankrijm wordt over het algemeen zoveel mogelijk vermeden. Zo niet bij dit lied van Stef Bos. Hij gebruikt het hier overwegend klankrijm (zoals verzweeg en verdween) en waar het uitkomt volrijm (zoals hierboven straat en verslaat). Een opmerkelijke keuze, die opvallend weinig storend is, veelal in tegenstelling tot wanneer de volrijm overheerst en er zo nu en dan klankrijm voorbij komt.

Het is laat
Het is licht, het is morgen
En vandaag is gisteren geworden
Kom vriend
Wij heffen nog één glas
Op wat zal komen en wat was

Kijk naar buiten, vriend
De wereld draait en draait
Wij jagen allemaal op iets
Of wij worden opgejaagd
Laat ons doen alsof
Er niemand op ons wacht
Laat ons reizen door de tijd
Naar dat wat was

Het is laat, licht, morgen
En vandaag is gisteren geworden
Kom vriend
Wij heffen nog één glas
Wij heffen nog één glas
Op wat zal komen en dat, dat wat was

Dat wat was
Dat wat was
Dat wat was
Op dat wat zal komen!

Laten we drinken op dat wat was. Om te vergeten, om te koesteren, om te herinneren. En daarna verlegt Bos de nadruk op wat zal komen. Want er komt nog zoveel moois. Te beginnen met Parijs. “Sta me toe om jou te laten zien wat vroeger mijn dromen waren. En dat ik ondanks het mislukken van dromen en idealen ik heel goed terecht ben gekomen. Als je ze maar niet vergeet! Leef, geniet, droom, hoop, geloof!” Of zoals Ramses zong: “Zing, vecht …”