Liedanalyse: Ik Mis

Frans Halsema, Ik Mis, Wat je zegt… dat ben je zelf 2 (1975), Voor Haar (1977)
(Frans Halsema/Michel van der Plas)

– liedanalyse door Siebe Palmen

Ik mis een gele regenjas,
een vinger op het randje
van een sherryglas

Ik mis het wachten op de hoek
en zoals jij daar aankomt
in je spijkerbroek

Voordat we ingaan op de inhoud, wil ik even kijken naar het rijmschema. Ik heb voor het overzicht het het couplet even opgedeeld in 6 regels. Nu kun je zien dat het rijmschema als volgt is opgebouwd: ABACDC. Het toffe van dit rijmschema is dat je het gevoel krijgt dat de rijm wordt uitgesteld.

Ik mis het altijd even plagen met,
de haaltjes aan m’n sigaret
en het woordje ‘kom dan maar’

Ik mis al elke lange autorit
als jij dan zwijgend naast mij zit
dat kleine streelgebaar

Het rijmschema verandert hier: AABCCB. Ook een erg fijn rijmschema, omdat er midden in de zin wordt gerijmd. Als dit goed wordt gedaan komt dit altijd heel „toevallig” over. Qua vorm verandert dus de schrijfstijl en Halsema gaat hier als componist moeiteloos in mee.

Ondanks dat ik denk dat de inhoud voor velen van jullie wel duidelijk zal zijn, is het misschien toch goed om nog wat dingetjes aan te stippen. Om eens te beginnen bij een vinger op het randje van een sherryglas. Niet alleen bezingt Halsema dit als een klein detail, maar is het ook een manier om aan te geven dat er geflirt werd. Als een vrouw haar vinger over de rand van het glas laat glijden, heeft dat iets sensueels. Dat flirtgedrag komt ook terug in het plagen en het kleine streelgebaar. Er was dus iets intiems gaande tussen de ik- en jij-persoon. Het feit dat Halsema al die kleine dingen mist, betekent dus in ieder geval dat er iets veranderd is.

En ik heb alles wat een mens maar kan verlangen
ik heb een vrouw, ik heb een huis, ik heb een kind
Maar waarom blijf ik dan aan kleine dingen hangen
alsof het leven daarmee pas begint

Hier is de schrijfstijl weer veranderd. De zinnen zijn langer en het rijmschema is nu ABAB. Maar ook inhoudelijk is de schrijfstijl anders: waar Halsema eerder nog zong over de dingen die hij mist, geeft hij nu zichzelf een weerwoord door aan te geven dat hij alles heeft. Vooralsnog wijdt Halsema niet heel erg uit over zijn volmaakte leven. Hij komt niet verder dan vrouw, huis en kind. Over de kleine dingen die hij mist is hij veel uitvoeriger, waarmee dat deel van de tekst veel meer waarde krijgt. Maar vooral de tegenstelling: waarom mis ik dit alles, terwijl ik toch eigenlijk heel gelukkig zou moeten zijn?

Het roept bij mij ook nog vraag op of dat wat hij mist gaande was toen hij al getrouwd was en een kind had, of dat dit gaat over een veel eerdere (prille) relatie? Het zou zelfs over een jeugdliefde kunnen gaan.

Ik mis de kauwgom in je zak
die ik daar altijd terugvind
naast je nagellak

Ik mis een vinger op m’n arm
hij trekt maar een klein streel
en ik voel me warm

Ook hier die hele kleine aanraking, die streling over zijn arm, die hij eerder ook al licht suggereerde met de vinger op het glas. Waar het eerder sensueel was, wordt het nu bijna seksueel.

Ik mis ons stiekem in de bioscoop
domweg gelukkig zonder hoop
hulpzoekend bij elkaar

Ik mis de angst dat deze keer misschien,
één van ons tweeën wordt gezien
en denken was het maar waar

Zonder hoop op wat? Een langdurige diepgaande relatie? Ze ontvluchten alleen hun eigen sleur bij elkaar. Dit is ook het couplet waarin duidelijk wordt dat dit alles gaande was terwijl Halsema al getrouwd en vader was. Deze twee personen ontmoeten elkaar schijnbaar in het geheim. Ik vind het mooi hoe Halsema enkel hier en daar wat fysieke aanrakingen noemt, maar nergens expliciet noemt dat het om een lichamelijke affaire gaat. Het lijkt grotendeels platonisch te zijn, ook als je ziet op welke locaties zij elkaar ontmoetten. Dit is natuurlijk wel naïef van mij…

Want jij hebt alles wat een mens maar kan verlangen
je hebt een man, je hebt een huis, je hebt een kind
En waarom dus aan kleine dingen hangen
Alsof het leven daarmee pas begint

Halsema noemt hier eigenlijk even dat hij niet de enige was die vreemdging. Ook zijn minnares was een vreemdganger. En ook over haar dagelijkse en openbare leven wijdt Halsema niet uit.

Ik mis je gele regenjas
waarop wat tranen vielen
naast sigaretten pas

Ik mis het woordje lieveling
dat zeggen moest
je weet dat dit zo niet meer ging 

Ik mis de stem die er nu niet meer is
om te beamen wat ik mis
de nagel in m’n hand

Die nagel die wanhopig zei
ik zal je missen en jij mij
m’n lief, m’n misverstand

Zij heeft het uitgemaakt. Omdat het te gevaarlijk werd. Er stond teveel op het spel. Maar beiden baalden ervan. Die nagel in zijn hand. Dat krijg je als je iemand heel erg stevig vastpakt. Steviger dan je zelf misschien door hebt. En dan die laatste regel, m’n lief, m’n misverstand. Vrij hard eigenlijk. Alles in dit hele lied duidt erop dat Halsema echt verliefd was. En dat terwijl er thuis een vrouw en kind op hem wachten. Een misverstand was het dus zeker, in meerdere opzichten.

Wij hebben alles wat een mens maar kan verlangen
een lieve vrouw, een lieve man, een huis een kind
De kleine dingen waar we nu aan blijven hangen
zijn het geluk waarmee verdriet begint 

Halsema zou eigenlijk heel gelukkig moeten zijn met alles wat hij heeft. Bovendien ook met datgene wat hij nu mist; het maakt het allemaal een stuk makkelijker. En toch, doordat het blijft knagen, wordt hij beetje bij beetje ongelukkiger. Eigenlijk had hij er nooit aan moeten beginnen.