Liedanalyse: Verdriet Is Drie Sokken

Harrie Jekkers & Fay Lovsky, Droomhuis, Verdriet is drie sokken (2008)
(Koos Meinderts/Thijs Borsten)

– liedanalyse door Siebe Palmen

Fay Lovsky werd uiteraard bekend met haar Christmas is a friend of mine. Nu heeft Fay Lovsky in 2000 een eigen Nederlandstalige plaat uitgebracht, Maar Lovsky heeft nog veel meer mooi Nederlandstalig materiaal uitgevoerd. Zo is ze onder meer samen met Harrie Jekkers te horen op de cd Verdriet is drie sokken uit 2008, met teksten van Koos Meinderts en muziek van Thijs Borsten. Koos Meinderts, een begenadigd kinderboeken- en kinderliedjesschrijver, weet als geen ander hoe hij serieuze onderwerpen kan aansnijden die voor kinderen tot de verbeelding spreken, zonder er heel dramatisch en ook zonder er heel lichtzinnig over te doen. Noem het maar kleinkunst voor kinderen. Nederlandstalige liedjes, met de tekst voorop en goede ondersteunende composities. Zonder het springerige en moraliserende van Kinderen voor Kinderen.

Weet je waar ik woon
In het droomhuis bij de boom

Net zoals in eerder besproken liedjes, ook hier een prachtig voorbeeld van hoe je met weinig woorden zo ontzettend veel kunt zeggen en hoe vernuftig Koos Meinderts dit heeft gedaan. Deze twee regels zijn ogenschijnlijk eenvoudig, en zo is het bedoeld. Kinderlijk. Fay Lovsky bevestigt vocaal deze kinderlijke eenvoud. Daardoor is Lovsky tot een jong meisje verworden die in haar hoofd een droomhuis heeft gecreëerd waar zij graag tijd doorbrengt. Meinderts had ervoor kunnen kiezen om het enkel over een droom te hebben: „Weet je wat mijn droom is?” Maar dat is te algemeen, te cliché en dekt bovendien niet de volledige lading. Het noemen van een huis maakt het veel concreter en persoonlijker dan enkel „droom”. En dan die boom. Een droomhuis is imaginair, maar de boom is zeer concreet. Dus haar fantasiehuis heeft ze wel een plek gegeven in haar echte, directe omgeving. Tot zover nog niet zoveel aan de hand, dat doen kinderen.

Met een vader en een moeder
en een broertje en een zus
en we drinken limonade
met een koekje en een kus

En we springen en we dansen
en we zingen blij een lied
en je hoeft er niet te schreeuwen
of te huilen van verdriet

In het droomhuis bij de boom
is mijn vader lief voor mama
voor mijn broertje en mijn zus

Jij, de lezer/luisteraar, bent ook niet dom. Ik kan doen alsof ik iedere zin moet uitleggen en analyseren, maar jij snapt al lang dat dit kind geen gelukkige thuissituatie heeft en daarom vlucht in haar eigen utopische fantasiegezin. Althans, het gezin is echt, maar het geluk in dat gezin is utopisch. Het gaat mij erom hóé Meinderts dat doet. Ik zei het al eerder: Meinderts weet serieuze onderwerpen aan te snijden, die voor kinderen heel herkenbaar zijn, zonder er dramatisch over te doen, maar ook zeker niet te licht. En ook zonder er een hele dikke moraal doorheen te drukken.

Meinderts noemt nergens dat dit meisje ongelukkig jeugd heeft. Lovsky zingt dus nergens dat ze ongelukkig is. Ze beschrijft enkel haar fantasie. En waarom zou je fantaseren over iets dat je al hebt? Het is dus alleen maar die beschrijving die de suggestie wekt en eigenlijk ook direct bevestigt. Dat maakt dit wat mij betreft een „volwassen” kinderliedje. En zo neem je een kind serieus.

In het droomhuis bij de boom
drink ik zoet mijn melk met room

En om nog even te bevestigen dat het echt om een kind gaat, sluit Meinderts af met een quote uit het klassieke kinderliedje Schuitje varen: drinken we zoete melk met room. Klassieke kinderliedjes zijn ook vaak utopisch met een lichte moraal etc. Voor zover ik weet, werd zoete melk met room vroeger door kinderen voor het slapen gaan gedronken. Nog een klein motief voor geluk dus. Van melk wordt je immers slaperig en val je makkelijk in slaap. Zonder zorgen.

Ik kan deze column niet afsluiten zonder de compositie van Thijs Borsten te bespreken. Als ik een lied voor de eerste keer luister, wil ik het vooral nog ervaren, binnen laten komen. Zonder meteen te analyseren wat er precies gebeurt. Geen maatsoorten, geen akkoordprogressies, geen rijmschema’s etc. Alleen maar luisteren. En de eerste keer dat ik dit lied luisterde, klonk het heel natuurlijk. En toch een klein beetje vervreemdend. Dat is knap. Thijs Borsten heeft het voor elkaar gekregen om het lied in een vijfkwartsmaat te schrijven, zonder dit heel dwingend te maken. Een vijfkwartsmaat betekent dat er 5 tellen in een maat zitten, wat de maat onregelmatig maakt: het valt niet symmetrisch te verdelen en er valt niet in een doorgaande natuurlijke beweging op te dansen. De maat wordt verdeeld in 3+2 tellen. Maar het wordt zo licht gespeeld, dat het nauwelijks voelbaar is, maar wel de vervreemding geeft die de tekst zo goed ondersteunt.

En tot slot nog één mooi muzikaal trucje (en dat zeg ik vol eerbied): de melodie eindigt op de majeur7 van het akkoord (op het woord room). Je zou er daardoor toe geneigd zijn om er „…” aan toe te voegen. In mijn droomhuis bij de boom drink ik zoet mijn melk met room. Was dat maar zo. Maar dit meisje gaat zo gewoon weer terug naar haar echte huis, waar haar vader schreeuwt tegen zijn gezin en haar moeder moet huilen.