Liedanalyse: Niemand weet hoe laat het is

Youp van ’t Hek, Niemand weet hoe laat het is, Oudejaarsconference 1989 (1990), Alles of nooit (1992), Niemand weet hoe laat het is (1992), Youp van ’t Hek leest (1993), Louter liedjes (2006)
(Youp van ’t Hek/Ton Scherpenzeel)

– liedanalyse door Siebe Palmen
2012 komt bijna ten einde, en gelukkig niet zoals voorspeld door de Maya’s. Ik hoop elk jaar weer dat Youp van ’t Hek een oudejaarsconference geeft, maar dit jaar moeten we deze helaas missen op de televisie. Guido Weijers en Erik van Muiswinkel (en kornuiten) nemen dit jaar plaats op het podium.

Ondanks dat Youp van ’t Hek eigenlijk niet echt kan zingen (wel degelijk muzikaal is overigens), heeft hij in elke voorstelling wel een paar liedjes, en altijd met de prachtigste teksten. Als hij dan dit jaar geen oudejaarsconference doet, analyseer ik wel een lied van hem. Onderstaand lied is mijn nieuwjaarswens voor jullie.

Vannacht in m’n slaap word ik plots overvallen
Straks komt een auto en die rijdt me kapot

Hè, gezellig. Veel zwaarmoediger kan een lied niet beginnen. Maar het zal direct voor iedereen een punt van herkenning zijn: het piekeren in de nacht, zomaar vanuit het niets. Over je leven, over een presentatie die je volgende dag moet doen, of in dit geval: over de (onverwachte) dood. Van ’t Hek zingt het vrij lomp, en zo is het ook. Wil je dat iets tragisch hard binnenkomt, zul je het misschien nog wel lomper moeten beschrijven dan dat het daadwerkelijk is. Het liefst temidden van andere zachte poëtische zinnen, ter contrast.

Wanneer zal de dood zijn fiets bij mij stallen?
Wat zal mijn clou zijn? Hoe is mijn plot?

Het idee dat de dood doorgaans op een fiets zit is natuurlijk absurd, maar Van ’t Hek bedoelt hiermee wanneer de dood op bezoek komt, in een iets cryptischer bewoording. Een clou zit altijd aan het einde van een verhaal, dus ook daarmee doelt Van ’t Hek op zijn einde.

Misschien zegt de dokter: ‘Meneer, nog twee maanden’
En word ik door een slepende ziekte gesloopt
Men zegt dat dat beter is voor nabestaanden
Maar twee maanden pijn is toch niet wat je hoopt

Wat is er dan precies beter voor nabestaanden? Weten waar ze aan toe zijn. Hij heeft nog hooguit twee maanden, er is ruim de tijd om nog afscheid te kunnen nemen, en je kunt je er goed op voorbereiden.

Deze dag is de eerste van de rest van mijn leven
Dat denken er velen bij hun ontbijt
Terwijl ik altijd denk: ik heb nog maar even
Dit wordt de laatste van een prachtige tijd

Er zit beiden wat in. Bij de eerste ben je vooral bezig met je toekomst, en zie je alles positief in, je bent benieuwd wat er komt. Je vergeet echter wat er al geweest is. Bij de gedachte van Van ’t Hek kijk je vooral gelukkig terug, en ben je bang ofwel voorbereid dat het snel ophoudt.

Dus moeten we dansen en moeten we vrijen
Moeten we lachen en drinken vol vuur
Lief, hou me vast, want nu ben ik nog bij je
Tijd is toch geld, dus het leven is duur

Van ’t Hek weet deze sobere gedachtegang op een hele goede manier om te zetten in iets positiefs. Zijn angst wordt een drijfveer om in het moment het beste uit zijn leven te halen, zodat als hij dan doodgaat, hij geen spijt hoeft te hebben dat hij dingen niet heeft gedaan.

En ik merk elke dag dat ik me vergis
En dat er dan nog een dag over is

Met als gevolg dat elke dag opnieuw waardevol is en vol verrassingen zit.

Jij mag niet doodgaan en ik wil niet sterven
Laat staan onze liefste, denk niet aan ons kind
Haar dood zal ons leven voor altijd bederven
Terwijl ze misschien een hemel daar vindt

Ook hier weet Van ’t Hek het doemdenken om te zetten in een positieve gedachte. Uiteraard blijft het wel doemdenken, omdat hij blijft vastklampen aan een angst voor een onwaarschijnlijke dood.

Niemand mag doodgaan, niemand verdwijnen
Maar je weet net als ik, er gaat steeds zoveel mis
Met auto’s en veerboten, vliegtuigen, treinen
Niemand weet hoe laat het is

Niemand weet hoe laat het is. Mooie zin. En het is mooi omdat het waar is. Als je het leven ziet als een klok, met 00.00 als einde, weet niemand hoe de wijzers precies staan.

Is het vijf voor twaalf of net half zeven?
Hoeveel uur heb ik nog of rest mij een kwartier?
Hoelang mag ik doorgaan nog doorgaan met leven?
Ik heb echt geen idee dus ik grijp het plezier

Het is misschien dus maar goed dat hij niet weet hoe laat het is.

Dus moeten we dansen en moeten we vrijen
Moeten we lachen en drinken vol vuur
Lief, hou me vast, want nu ben ik nog bij je
Tijd is toch geld, dus het leven is duur

Wat doe je met dure dingen? Precies, daar geniet je van. Van ’t Hek pakt hier een algemene uitdrukking (tijd is geld) en trekt deze door in het bijzondere. Hierdoor is er feitelijk geen speld tussen te krijgen.

En ik merk elke dag dat ik me vergis
En dat er dan nog een uur over is

Ik weet als ik later groot ben
En ook bijna dood ben
Dan is al die angst niet nodig geweest
Maar altijd de bangste, altijd die angsten
Maakte mijn leven tot een schitterend feest

Want we hebben gedanst en we hebben gevreeën
We hebben gelachen en gespeeld met het vuur
God verbood wat we allemaal deden
Leef toch je leven als je allerlaatste uur

Vergeet God: je leeft nu! Wat er na het leven gebeurt zie je dan wel weer. Geniet ervan, neem risico’s, heb plezier en ga eropuit!

Ik wens jullie een groots nieuwjaarsfeest toe en alle goeds in 2013 (en verder)!