Liedanalyse: Pijpenstelen

Herman van Veen, Pijpenstelen, Nederlanders (2007)

– liedanalyse door Siebe Palmen
Onlangs schreef ik een nieuw lied over regen, genaamd “Altijd als de regen”. Toen ik met mijn bassist had gezeten aan de compositie ervan, gingen we daarna muziek luisteren. Zoals dat vaker gebeurt, voor, tijdens of na een creatief proces: muziek en passies uitwisselen. Hij liet horen wat hem op dat moment raakte of wat hij onlangs ontdekt had, en ik op mijn beurt die liedjes die ik de laatste tijd veel luisterde. Na een aantal liedjes te hebben afgespeeld kwamen we tot de ontdekking dat élk lied dat ik had laten horen, stuk voor stuk een lied was waarin de regen een belangrijke rol speelt: I Think It’s Going To Rain Today (Randy Newman), Brussel Moeten Heten (Acda & De Munnik), Loop De Regen In (Theo Nijland), It Will Follow The Rain (The Tallest Man On Earth), Is Het De Regen (JW Roy) en Pijpenstelen (Herman van Veen).

De duiven schijten
Rembrandt wit
Er staat een rij voor
Anne Frank
En op de Dam
Een bus of wat
Japanners

We zijn hier duidelijk in Amsterdam. Althans, Van Veen beschrijft verschillende plekken die kenmerkend zijn voor onze hoofdstad, dus we zijn niet specifiek op één plek.. Vooralsnog niet zo veel aan de hand. Het is interessant hoe Van Veen je in de laatste drie regels even op  het verkeerde spoor zet, door het woord “Japanners” uit te stellen. Op de Dam een bus of wat was een prima zin geweest, maar hij heeft het uiteindelijk toch over de hoeveelheid Japanners.

Een dronken vrouw
Lalt over straat
Wordt door een fietser aan
En daarna door een taxi
Overreden

Treurig, maar niet heel erg bijzonder in Amsterdam. Sterker nog: misschien is het zelfs wel heel erg herkenbaar! Ook hier maakt Van Veen dankbaar gebruik van de taalkunst: eerst wordt de dronken vrouw door een fietser aan(gereden) en daarna door de taxi overreden. Hij maakt de zin niet af, en toch weet iedereen wat hij bedoelt.

Het regent pijpenstelen

Oke, helder. Dit is de situatie. Echt hondenweer, zoals we dan gewend zijn in Nederland.

En regent het geen pijpenstelen
Dan gaat het
Pijpenstelen regenen

Maar dan is het dus hypothetisch: dit is wat er gebeurt, en gebeurt het nu niet, dan later wel. Er is niet aan te ontkomen.

De duiven schijten
Rembrandt wit
Bij het Concertgebouw
Op het museumplein
Drommen deftige figuren 

Wederom een beschrijving van meerdere plaatsen, maar wel nog steeds in Amsterdam. Je kunt nu veilig stellen dat het lied zich in het geheel in Amsterdam afspeelt. En Van Veen schetst met deze tekst een soort overzicht van alles dat er in de hele stad gebeurt.

Een horde Ajax tuig
Gooit autoruiten in
Wapenstokken maken
Overuren 

Die wapenstokken kunnen op twee groepen slaan; de horde Ajax tuig, die met de stokken als wapens de autoruiten inslaan. En op de ME, die met behulp van wapenstokken het tuig probeert te temmen.

Het regent pijpenstelen
En regent het geen pijpenstelen
Dan gaat het
Pijpenstelen regenen

De regen wordt in de kunst vaak parallel getrokken aan depressies en droevige gebeurtenissen. Logisch, want het is ook somber, treurig en depressief weer. Eerder zei ik al dat de tekst dus eigenlijk hypothetisch is. Symbolisch geldt dat ook. Er is altijd wel ergens sores, en is dat er niet, dan komt het wel. Er zitten altijd mensen niet lekker in hun vel. En zitten ze wel lekker in hun vel, dan is dat slechts een kwestie van tijd voordat dat weer voorbij is.

In Artis staan flamingo’s
Jaloers te zijn op reigers
Een kaketoe roept ‘klootzak!’
Tegenover antilopen
Ijsberen tijgers

Wederom interessant gebruik van taal. Van Veen heeft in de laatste drie regels twee verschillende zinnen samengevoegd, waardoor meerdere betekenissen de ruimte krijgen.

  • Een kaketoe roept ‘klootzak’ tegenover antilopen én ijsberen én tijgers
  • Tegenover antilopen ‘ijsberen’ (heen-en-weren) tijgers

De laatste zin kan de hersenen ook nog eens extra laten kraken, want daar wordt het “anti-lopen” haaks op “ijsberen” gezet.

In de Jordaan
Staat een verstokte hippie
Op een platje
Drie hoog achter
Wiet te telen

In Paradiso
Kreunt de blues
En in Carré
Staat iemand
Maan en sterren weg te geven

Gelukkig gebeuren er ook nog wel mooie dingen in Amsterdam, en dan doel ik natuurlijk wel op de laatste strofe. Hierin geeft Van Veen even kort aan wat de toegevoegde waarde van kunst is, binnen een samenleving: het ontvluchten van de sleur, maar ook van alle ellende. Soms zelfs juist door de ellende aan het publiek te laten zien of horen (zoals in dit lied).

Het regent pijpenstelen
En regent het geen pijpenstelen
Dan gaat het
Pijpenstelen regenen

En achter het station
Koopt een meisje
Voor een propje papier
Een enkele reis
Naar de hemel

Dit is cryptisch, misschien nog wel meer dan de rest van het lied. In eerste instantie denk je wellicht dat ze voor de trein is gesprongen of gelopen, maar het vindt zich áchter het station plaats. Vroeger werd er veel getippeld achter Amsterdam Centraal. Je kocht dan dus voor wat papiergeld voor even “de hemel”. Tegenwoordig wordt er vaak drugs gedeald achter het station (heb ik gehoord…). Geld wordt daarbij veelal verfrommeld overgedragen, en het betekent dan dat het meisje eraan onderdoor gaat.

De Westertoren speelt
Van de lichtjes op het plein
Een man stapt in een trein
Naar Waddinxveen

Het carillon van De Westertoren speelt van de lichtjes op het plein. Waar doet dat aan denken? Precies. Aan de Amsterdamse grachten van Wim Sonneveld (“Al die Amsterdamse mensen, al die lichtjes ’s avonds laat op het plein…”). Van Veen onderstreept hiermee de rijkdom van de Nederlandse cultuur. Daarbij meegerekend dat Pijpenstelen ook de titel is van een lied van Toon Hermans, dat weliswaar een andere stijl  heeft, maar toevallig wel hetzelfde tempo geniet.

Als we de lichtjes op het plein even letterlijk nemen, is het inmiddels avond. Anders doen die lichtjes niet zoveel, en vallen ze misschien niet eens op. Er vanuit gaande dat de man ’s avonds in een trein naar Waddinxsveen stapt, zou dat kunnen betekenen dat hij geen Amsterdammer is. Hij gaat terug naar huis, terug naar het dorp waar niet zoveel gebeurt, waar niemand er echt bewust van is wat er in de wereld gaande is.

Gek genoeg is dit meer een ode aan het dorp, dan aan Amsterdam of de grote stad. Maar nog meer is het een ode aan het culturele erfgoed van Nederland.