Liedanalyse: Frans Is Terug

Thijs Maas, Frans is terug (2010)
(Thijs Maas/Marc van Dijk)

– liedanalyse door Siebe Palmen
Na enkele columns met liedanalyses van liedjes van de gevestigde orde, wordt het ook wel eens tijd om eens een lied van een “nieuwe” kleinkunstenaar onder de loep te nemen. Onlangs kwam ik in aanraking met Het Nieuwe Lied; een gezelschap van nieuwe jonge liedkunstenaars die samen een podium creëren voor hun eigen werk. Eén van hen is Thijs Maas, een waanzinnig getalenteerde theatermaker, die dit jaar met zijn voorstelling “Concert” langs de theaters gaat. Thijs Maas heeft nog geen album uitgebracht, dus daarom heb ik een lied van hem gekozen dat ook te vinden is op YouTube (zie hierboven). Ik stel voor om het eerst even een keer te luisteren, en daarna pas mijn ontleding te gaan lezen. Want toegegeven: een analyse kan de magie van een lied doen vervagen.

Frans is terug

In vrijwel elke column weid ik uit over de openingszin van het desbetreffende lied. En niet zonder reden. De eerste zin van een goed lied moet prikkelen, vragen oproepen, nieuwsgierig maken.

Zo ook hier. Frans is terug. Bijzonder interessant. Terug waarvan? Waar is hij heen geweest, en waarom? En ook niet onbelangrijk: wie in hemelsnaam is Frans?

Hij staat weer uren in de schuur
En staat te zagen en te lassen
En te drinken

Wat is het belangrijkste woord uit deze strofe? Gek genoeg is dat woord weer. Frans heeft geen nieuwe hobby, of nieuw werk gevonden; hij heeft zijn oude hobby, of werk, opnieuw opgepakt. En hij staat te drinken. Ik weet niet wat ik daar nu van moet denken…

Liters water op een dag
En elk kwartier het sigaretje
Dat nog mag

Ah, gelukkig. Hij drinkt gewoon water. Ach, en die sigaret elk kwartier, die vergeven we hem. Want dat mag nog. Nog. Ook zo’n woord dat enorm bepalend is voor de strekking van de tekst. Mag het binnenkort niet meer, of mag dát wel, en iets anders niet?

Het ging uiteindelijk
Toch nog best wel vlug
Frans is terug

Het ging vlug, maar wat dan? Dat hij terug is gekomen? We weten nog steeds niet waarvan. En nogmaals de vraag: wie is Frans? Wat ik zo leuk vind aan deze tekst, is dat Maas de nieuwsgierigmakende openingszin ontzettend lang weet te rekken. En heel sterke introductie, die duidelijke beelden schetst, en tegelijkertijd ook weer meer vragen oproept.

Terug van jaren weggeweest
Vorige week gaf hij feest
Want er viel wel wat te vieren
Zonder wijn en zonder bier en
Geen champagne

Kijk even naar de volgende rijm: “vieren” en “bier en”. Het mooie van deze manier van rijmen is dat het breekt met de dwingende aspect van volrijm. Het klinkt al snel bedacht. Dit is veel speelser, en daarom minder gedwongen.

Een feest zonder drank. Of Frans is nog minderjarig, of hij heeft slechte ervaringen met alcohol. Dat hij minderjarig is zou een leuke twist zijn, maar ik vermoed dat de toon van dit lied daar te serieus voor is. Dus vooralsnog kies ik voor de tweede optie.

En hij zei tegen zichzelf:
“Kom Frans, dat kan je.”

En hier zit dan de bevestiging. Hij kan dat. Een feest geven zonder alcohol. Het gezellig hebben zonder alcohol. En zonder de behoefte te hebben aan alcohol. Maar daar moet hij zichzelf wel van overtuigen.

Dus Frans trok nieuwe kleren aan
En Frans rechtte z’n rug
En iedereen die langskwam
Kon het zien
Frans is terug

Nieuwe kleren, nieuw kapsel, glasgeschoren, beetje aftershave, misschien zelfs zijn oksels wel getrimd. We weten het niet, maar we kunnen het ons heel goed voorstellen dat de make-over het gevoel geeft van de nieuwe start. Een nieuwe start zonder alcohol. En daar moet op ge… ehm… gefeest worden! Dus Frans is terug, en niet zozeer fysiek, maar wel mentaal. De drank staat aan de kant, en hij is weer de oude van voor het drankprobleem. Hij is weer zichzelf.

Hij krijgt een tweede kans
Welkom terug, Frans

Wat is blijkt Frans dan opeens een heerlijk gekozen naam! Je kunt er zo prachtig en “toevallig” op rijmen, alleen maar door een zin anders te verwoorden. Van Frans is terug naar Welkom terug, Frans.

Frans is terug
En hij heeft weer goede dagen
Staat te zingen en te zweten
En te zagen

Want die kast, die moet de deur uit
Want die klant, die heeft hij net
En die klant, die moet misschien
Ook nog een bed

Wie is Frans? Frans is timmerman, of meubelmaker. Iets in die trant. En weer volledig in de running. Hij denkt weer helder, is weer actief. En weet heel goed dat het met die ene klant weer helemaal op de rails kan komen.

Hij was jaren onbereikbaar
Was onredelijk en stug
Maar Frans is terug
Hij schrikt zich niet meer wezenloos

Als iemand aan de schuurdeur
Staat te kloppen
Hoeft geen fles meer te verstoppen
En hij hoeft niet meer te liegen

En gelukkig niet meer
Continu een kater
Want Frans is tegenwoordig
Van het water

Hij is weer gelukkig. En waarom noemt Maas hier water, en niet fristi of bitter lemon? Allereerst natuurlijk omdat het rijmt. Logisch. Maar misschien nog wel belangrijker: water is de meest onschuldige vloeistof die je maar tot je kunt nemen. Zeker in Nederland. Dus het geeft het grootste contrast met de alcohol.

En in de middag drinkt hij malt bier
Uit de koelkast in de schuur
En de cola en de koffie drinkt hij puur
En net zo vlug

Frans is terug

Vervangers te over. Het maakt niet uit wat hij drinkt, zolang de alcohol maar achterwege blijft. Cola zonder Bacardi of Jack Daniels, koffie zonder Jameson of Liquor 43. En dat drinkt hij net zo makkelijk weg.

Hij neemt zijn tweede kans
Welkom terug, Frans
Frans is terug
En hij heeft eindelijk gewonnen

Maar nu is iedereen zo’n beetje weer gewend
Aan die nieuwe frisse vent
Maar voor Frans is het pas
Goed en wel begonnen

Inmiddels is de openingszin hier voor de zevende keer voorbijgekomen. Want hij blijft prikkelen. Als luisteraar hoor je het allemaal aan, wil je het heel graag geloven, maar tegelijkertijd weet je ook dat het gevecht pas echt begint, zodra je er vanaf bent. De verleiding zien te weerstaan.

Ze zeggen dat hij al die tijd zichzelf niet was
Maar zonder jeneverglas
Is het soms zo dat de wereld
Platter lijkt
Als hij het nuchter bekijkt

De wereld is niet mooi, maar drank kan haar een beetje mooier kleuren…

En dan heeft hij heimwee
En dan krijgt hij dorst
En dan weet hij even niet wie hij nog is
En dan staat hij op het punt
Zichzelf er eentje in te schenken
Maar in het kastje staat alleen een flesje fris
En al die mensen
Die zo goed over hem denken

Dat gevecht dus. De verleiding is er altijd, dus de vraag is nu: Is Frans écht terug? En in het (koel)kastje staat alleen een flesje fris, én al die mensen. Nu staan er natuurlijk niet echt mensen in zijn koelkast, maar die gaan wel door zijn hoofd. Al die stemmen van teleurstelling als ze erachter zouden komen dat hij toch weer is gaan drinken.

Dus hij zegt hardop
Ik heb genoeg gehad
Hij boort een gat en pakt een plug
Frans is terug

Hij grijpt zijn tweede kans
Welkom terug, Frans

Schrijnend. We willen het zo graag geloven. We hopen het zo erg voor hem. Maar het feit dat Maas eindigt met het weerstaan van de verleiding maakt ons als luisteraar erg sceptisch. Nu heeft hij het weerstaan, maar wat gebeurt er de volgende keer? Of die keer daarop?