Liedanalyse: Gedoog me

Jeroen van Merwijk, Gedoog me, De Vleesgeworden Bescheidenheid (2011-2012)

– liedanalyse door Siebe Palmen
19 mei 2012, voor het eerst naar een voorstelling van Jeroen van Merwijk. Ik was benieuwd, kende hem eigenlijk alleen maar van de grappige cabareteske liedjes als ‘n Ding, Ik ben een vrouw, Het leven is kut, en Wat zijn de vrouwen groot. Shame on me. De man is kunstenaar in hart en nieren en beheerst de liedkunst als geen ander. Pareltjes van liedjes afgewisseld met hilarische taalkunst, en allemaal op verbazingwekkend hoog niveau.

Door één lied in het bijzonder werd ik erg geraakt, en dat was het lied Gedoog me. Inhoudelijk valt er weinig te analyseren, want Van Merwijk is van mening dat de tekst direct duidelijk moet zijn, omdat het in het theater maar één keer de kans krijgt om gehoord te worden. Zodoende maakt hij eigenlijk heel handig gebruik van de ultieme vergankelijkheid van het lied. Desalniettemin valt er genoeg over te zeggen.

Het lied is nog niet op een geluidsdrager uitgebracht, omdat de voorstelling nog draait, maar in het televisieprogramma KunststofTV is het terug te zien:

http://kunststoftv.ntr.nl/2011/10/11/optreden-jeroen-van-merwijk/

Ik weet dat jij niets om mij geeft

Een ontzettend sterke openingszin, ondersteund door een wringende bluesy melodie. Er zijn 3 elementen van belang. Allereerst wordt de jij-persoon direct als een harteloos persoon neergezet. Omdat Van Merwijk tutoyeert, lijkt het alsof hij en de jij-persoon een persoonlijke relatie hebben. De harteloosheid wordt daardoor versterkt.

Daarnaast moeten we ons afvragen of de ik-persoon wel Van Merwijk zelf is, of dat hij zich tot een groep rekent.

Hetzelfde geldt voor de jij-persoon. Is dat een specifiek persoon, of is ook dat een groep? In KunststofTV vertelt Van Merwijk dat hij het in heeft geschreven voor Rutte en Verhagen, de premier (VVD) en vice-premier (CDA) die op dat moment ons land regeerden. Dan gaat het inderdaad om een persoon, maar deze twee personen vertegenwoordigen De Staat.

En dat je ver boven me zweeft
Vanuit jouw hoge atmosfeer
Kijk jij meewarig op mij neer

Het eerste vermoeden is nu dat de ik-persoon zich wel degelijk bij een groep schaart, en dan specifiek de groep kunstenaars. Sinds de aankondiging van bezuinigingen op kunst en cultuur in 2011, en de lelijke woorden die daarbij gebruikt zijn door vertegenwoordigers van de overheid, voelen kunstenaars zich opeens als de absolute onderkant van de samenleving. Kunstenaars, in de breedste zin van het woord, worden opeens afgedaan als het restafval van de maatschappij. Er wordt op ze neergekeken door de Staat, en de burgers nemen deze houding over.

Maar voor andere groepen in Nederland geldt natuurlijk hetzelfde. Denk aan PGB’ers, immigranten en eigenlijk iedereen die een vak beoefent dat niet als doel heeft om winst te maken. Linkse cabaretier Van Merwijk zingt alszijnde één van hen.

Ik ben er, maar ik raak jou niet
Ik zing voor jou mijn hoogste lied

Een hoog lied is het natuurlijk niet, Van Merwijk zingt dit makkelijk weg, dus dat moet je zeker niet letterlijk nemen. Emotioneel gezien zit dit wel heel hoog. Zowel bij Van Merwijk persoonlijk, als bij elke groepering waar vanuit hij dit zingt.

Al zing ik tot zonsondergang
Jij bent doof voor mijn gezang

En er is geschreeuwd, een Mars gelopen, petities zijn getekend, verongelijktheid is geuit, maar er wordt maar niet geluisterd. Ondanks vele adviezen wordt er nog steeds bezuinigd, en nog erger: de eerder genoemde groepen krijgen nog steeds woordelijke stront over zich heen, zonder enige verontschuldiging.

Ik vraag geen liefde van jouw kant
Geen trouw, zelfs geen vriendschapsband
Ik hoef van jou geen volle laag
Er is maar één ding dat ik vraag

Gedoog me!
Gedoog me.

Het bekende oer-Nederlandse woord. Ik heb het even opgezocht: gedoogbeleid. Het betekent zoiets als: overheidsbeleid waarbij niet wordt opgetreden tegen iets dat eigenlijk niet mag.

En dat is het. Dat is precies wat deze groepen voelen. Alsof ze er niet mogen zijn. Alsof dat wat ze doen geen bestaansrecht mag hebben. Alsof het er niet toe doet. Dus als er dan toch gekort moet worden, als je dan toch kwaad moet spreken over ons, doe dat dan maar. Maar toon wat begrip, wat respect, en gun ons ons bestaan!

Jij bent de hoogste majesteit
Je reinste onaantastbaarheid
En ik ben van de laagste rang
Van nu en generlei belang

Waar Van Merwijk eerder nog sarcastisch is zonder dat we dat nog echt doorhebben, pakt hij er hier nog een keer keihard op terug. “Ik zeg wat je wil horen, zo toon ik mijn nederigheid.”

Overigens is dit wel een mooi moment om het gebruik van rijm even te benoemen. Er zijn veel liedschrijvers die rijm veelal willen vermijden, omdat het hen zou beperken. Ikzelf herken me daar wel in. Van Merwijk draait dat om: hij is van mening dat hij, door rijm toe te passen, dingen verzint die hij anders nooit bedacht zou hebben (bron: Van Merwijks laatste woord over kunst & cultuur, daarna kan iedereen weer gaan twitteren). Hierboven is een voorbeeld daarvan majesteit en onaantastbaarheid. Twee fantastische woorden, die zonder rijm waarschijnlijk volstrekt onlogisch gekozen zouden zijn. Mensen zijn ook vaak bang dat rijm al snel te plat wordt, maar in mijn ervaring kan bijvoorbeeld vrouw prima op jou rijmen, zolang er maar een goede zin omheen zit. Daar zit de kunst. Rijm wordt vaak plat doordat er een zin omheen wordt geconstrueerd met als enige doel dat het eindigt op dat specifieke rijmwoord.

Eén korrel zout in jouw heelal
Eén druppel in jouw waterval
Niets is zo nederig als ik
Vind je het goed als ik je voeten lik?

Commandeer mij als een hond
Giet zoutzuur in mijn open wond
Je mag me trappen, mag me slaan
Als ik van jou maar mag bestaan

Doe vooral wat je niet laten kan; trap me helemaal de grond in. Maar laat me doen wat ik doe, wat ik kan. Laat me leven en onderdeel zijn van de maatschappij. Laat me niet in de steek, maar help me overleven.

Het is een pure smeekbede om genade.

Uiteraard is dit hele lied overdrijving ten top. Iets dat Van Merwijk als de beste beheerst. In basis kun je een theaterlied op twee manieren schrijven: of je schrijft over het tegenovergestelde van je boodschap (Van Merwijk had bijvoorbeeld alleen maar kunnen schrijven en zingen over hoe weinig kunst daadwerkelijk voorstelt, dat het maar afgeschaft zou moeten worden, en dat we met ons allen maar eens daadwerkelijk geld moeten gaan verdienen), of je overdrijft de situatie (Van Merwijk heeft in dit lied het verschil tussen de machthebbers en de hardwerkende burgers breed uitgemeten).

Gedoog me!
Gedoog me!
Gedoog me.

Ik weet het; het klopt niet wat ik doe, het is van geen enkele waarde, maar ik smeek je: mag ik bestaan? Een lied als dit is natuurlijk vergeefse moeite; rechtse rakkers als Rutte en Verhagen verander je niet.

Update
Wat ik eerder tijdens het maken van deze analyse over het hoofd heb gezien is nog een diepere laag: het is niet alleen een smeekbede om genade, het is ook kritiek op hoe mensen zich opstellen tegenover de De Staat. “Geef me alsjeblieft die subsidie, tolereer ons, dan kruip ik voor je.” Nederigheid op het laagste niveau. Waarom zou je?