Liedanalyse: Het Te Late Einde

Maarten van Roozendaal, Het te late einde, Barmhart (2006)

– liedanalyse door Siebe Palmen
Dit keer een analyse van een lied van iemand die ik enorm bewonder (en vele liedschrijvers, theatermakers, kleinkunstenaars, theaterzangers met mij), en die hier zeker niet mocht ontbreken: Maarten van Roozendaal. De aanleiding hiervoor is zijn fenomenale nieuwste voorstelling De Gemene Deler die ik op 21 april heb kunnen aanschouwen. Ik zal er niet te veel woorden aan vuil maken behalve: Gaat dat zien!

Voor nu de analyse van een ouder lied, uit de voorstelling Barmhart, Het te late einde. Omdat het zo’n lied is dat iedereen prachtig vindt, maar als je er nog wat dieper in duikt, begrijp je ook waarom.

Ik wil eigenlijk meteen even beginnen met een muzikale analyse. Het intro begint met een melodie die omlaag kruipt. Vervolgens gaat het over in een herhalende melodie in de rechterhand op de piano (en gitaar) en een veranderende harmonie links (en op de contrabas) in mineur. Dit is zo kenmerkend en bewust bedacht, dat hier een bedoeling achter moet zitten. Wellicht dat we hier later achter komen.

In dit te late einde
Hij zet haar bij het raam

Het einde is laat, té laat zelfs. Dit lied gaat dus over iets dat eigenlijk al geëindigd had moeten zijn, om welke reden dan ook.

Het gegeven dat ‘hij’ ‘haar’ bij het raam zet, wil zeggen dat zij dat zelf niet kan, of niet uit zichzelf doet. Datgene dat al geëindigd had moeten zijn, is dan ook waarschijnlijk haar leven. Om dan al meteen even terug te komen op het eerste deel van het intro, de omlaagkruipende melodie: die interpreteer ik dan meteen als een abstracte weergave van haar aftakeling.

Dan neuriet hij hun liedje
Of dan fluistert hij haar naam

Dit is een heel belangrijk punt, dat ik even moet benoemen. In bijna elke tekst van dit lied die ik op het internet tegenkom lees ik Dan neuriet hij een liedje en ook in sommige uitvoeringen door andere artiesten wordt een gezongen. Echter, als je goed naar de uitvoering van Van Roozendaal luistert, hoor je dat hij hun zingt! En dat ene kleine geniepige woordje geeft die ene zin zo’n andere lading!

Als de man hun liedje neuriet, is het opeens de echtgenoot van de vrouw, en niet zomaar een verpleger, zoon of sociaal pedagogisch werker. Als hij hun liedje neuriet of haar naam fluistert, heeft dat eigenlijk maar één reden: een reactie ontlokken. Al is het maar iets kleins. Een handbeweging, het draaien van haar hoofd, een blik.

In dit te late einde
In dit onvoltooid gemis
Ze is gelukkig niet meer bang voor hem
Maar ze weet ook niet wie hij is

Als je enigszins bekend bent met dementie, herken je dit onmiddellijk. In het eerste stadium is desoriëntatie van plaats, tijd en persoon een van de symptomen. Je kunt je voorstellen dat je dan best wel bang bent, ook van personen die je al kent. Inmiddels is zij dat stadium blijkbaar al voorbij, met hevige geheugenverlies tot gevolg. Ze herkent haar eigen man immers niet meer.

Het onvoltooid gemis is daarmee ook des te duidelijker. Zij is al lang de persoon niet meer waar hij mee getrouwd is, dus mist hij haar. Maar ze is er nog wel degelijk, althans fysiek, dus hij kan haar nog niet echt missen.  Het gemis is dus nog niet voltooid.

In dit te late einde
Hij veegt het brood van haar gezicht
Hij geeft de planten water
Hij doet de gordijnen dicht

Hij doet het huishouden, zorgt voor haar, de hele dag door. In zijn eentje.

In dit te late einde
Helpt hij haar op het toilet
Hij kust haar op haar voorhoofd
En dan tilt hij haar in bed

Ik ben van mening, en ik denk dat Van Roozendaal dat bij het schrijven van deze tekst ook heeft gedacht, dat dit de ultieme uiting van ware liefde is. Hij zorgt voor haar, geeft alles voor haar op (ze heeft immers alle zorg nodig), ook al krijgt hij daar niets meer voor terug. Dat betekent ook dat hij haar op het toilet moet helpen en haar daarna zelfs moet afvegen. De kus op haar voorhoofd laat zien dat hij echt onvoorwaardelijk van haar houdt, en is bovendien een teken van oprecht gemis.

In dit te late einde
Soms leest hij dan gewoon een krant
Soms vertelt hij weer over vroeger
Streelt haar eindeloos de hand

Hij zit gewoon bij haar, houdt haar gezelschap, zoekt soms nog een beetje intimiteit. Eigenlijk nog een extra bevestiging van zijn liefde voor haar. Het geeft ook een beetje het idee dat hij zich er al ruim bij heeft neergelegd dat zij nooit meer de oude zal worden en dat haar dood langzaam nadert. Het is zoals het is.

In dit te late einde
Zo uitgeleefd, zo klein

Of dit over hem of haar gaat is niet duidelijk, en met reden: het gaat over allebei. Haar leven is bijna voorbij, maar had het eigenlijk al moeten zijn. Zijn leven bestaat alleen nog maar uit het verzorgen van haar. Ook hij is daarin klein, machteloos, en waarschijnlijk ontzettend moe, uitgeleefd.

Zondag gaat hij vissen
Als de kinderen er zijn

Zoveel zorg heeft zij nodig. Zoveel dat hij er alleen even uit kan en wat tijd voor zichzelf kan nemen als iemand anders het even van hem overneemt. En wat is er dan heerlijker dan in stilte met een hengel aan de waterkant te zitten en je hoofd leeg te maken?

Hierna komt er een tussenspel, gelijk aan het tweede deel van het intro: de herhalende melodie met veranderende harmonie. Inmiddels vind ik het veilig om te veronderstellen dat de melodielijn symbool staat voor hun stilstaande machteloze leven, en de harmonie voor de almaar in beweging zijnde wereld om hen heen.

In dit te late einde
Haar medicijnen en haar bril
Soms doet zij haar ogen open
Alsof zij het zeggen wil

Dit te late einde

En ook zij die niet snapt wat er nou eigenlijk aan de hand is, die de wereld om haar heen niet meer begrijpt, kijkt alsof ze, logischerwijs, zelf zou willen zeggen: “Trek alsjeblieft de stekker eruit, het duurt al veel te lang”.

Als outro komt de dalende melodielijn weer voorbij. Weer het aftakelen, al komt het deze keer ook met de slotnoot. Eén losse noot (G), meerdere octaven, een halve toon hoger dan de algehele toonsoort (F#-mineur). Hierdoor suggereert Van Roozendaal een einde in majeur. De allerlaatste zucht, en het is goed zo.