Liedanalyse: Als Je Overmorgen Oud Bent

Jules de Corte, Als je overmorgen oud bent, Miniaturen (1974)

– liedanalyse door Siebe Palmen
Enkele weken geleden zat ik met een brok in mijn keel te kijken naar de DWDD-recordings, waar Daniël Lohues een weergaloze vertolking gaf van Ik zou wel eens willen weten. Het was een lied van Jules de Corte, een artiest waarvan ik wel eens wat gehoord had, maar nog nooit echt naar geluisterd. Een artiest die grote invloed had en heeft op wat wij tegenwoordig kennen als kleinkunst, maar zeker bij mijn generatie enigszins in de vergetelheid is geraakt.

Zodoende móést ik me gaan verdiepen in deze artiest, en ik wist twee LP’s op de kop te tikken. Ik leg rond een uurtje of 1 ‘s nachts voor het eerst de eerste plaat Miniaturen op de speler. Vanaf de eerste noten besluit ik dat ik absoluut een lied van hem moet kiezen voor de eerstvolgende analyse. En vervolgens krijg ik een probleem: ik heb geen flauw idee welk lied. Ze zijn stuk voor stuk zo waarachtig! Pas nu ik dit schrijf, op zondagmiddag in een klein cafeetje in Utrecht, neem ik het besluit: Vogel Kleine Anita Ik Zou Wel Eens Willen Weten Als Je Overmorgen Oud Bent.

Als je overmorgen oud bent

In deze eerste zin zit ontzettend veel informatie. Allereerst, wie is ‘je’? Het kan gericht zijn aan iemand specifiek, of aan de luisteraar in het algemeen. Als de jij-persoon in dit lied niet verder uitgelicht wordt, mag je ervan uit gaan dat hij jou en mij bedoelt.

Waarom het woord ‘overmorgen’? Het is niet alsof ik, jij, of wie het dan ook over gaat, van de ene op de andere dag oud wordt.

En dat is dan precies het punt! Dat eenvoudige, dagelijkse woord geeft exact aan hoe vergankelijk onze jeugd, onze vitaliteit is, en dat ons leven veel sneller voorbij vliegt dan we eigenlijk beseffen. Als je straks oud bent, en let op: dat gebeurt voor je er erg in hebt…

Wie zal er dan bij je blijven
Om je pijntjes weg te wrijven
En je zorgjes weg te doen

‘Pijntjes’ en ‘zorgjes’. De Corte heeft de woorden niet voor niets verkleind. Het begint bij ouderen tenslotte veelal met meerdere kleine kwalen die uiteindelijk alles bij elkaar genomen vooral erg naar zijn.

Zonder al te bits te kijven
Als je weer praat over toen

Voor de jongere generatie (dit zijn immers geen dagelijkse woorden meer): ‘bits’ betekent vinnig of kortaf, ‘kijven’ betekent met schelle stem ruziemaken.

We kennen of kenden allemaal wel een oudere die graag praatte over vroeger. Maar vaak zit de bezoeker daar eigenlijk helemaal niet op de wachten.

Als je overmorgen oud bent

Is je al opgevallen hoe de melodie aan het einde van de zin een kleine terts omhoog gaat? Op die manier weet De Corte de nadruk te leggen bij ‘oud bent’. Het is de introductie van elk couplet, en tevens van het hele lied. De nadruk had op op ‘je’ of ‘Als’ kunnen liggen, maar dan was de tekst heel ergens anders heen gegaan.

Wie zal je dan moed inspreken
En wie helpt je oversteken
Als het niet alleen meer gaat
En wie zal de stilte breken
Die als ijs rondom je staat

Een ijzige stilte die gebroken moet worden. Dit refereert aan de eenzaamheid waar veel ouderen mee te kampen hebben.

In mijn vorige liedanalyse had ik het al over een heldere vorm. In dit lied is de vorm nu ook duidelijk, en dan doel ik vooral op het rijmschema. Jules de Corte vervalt zelden in de veelgebruikte rijmschema’s en ook dit lied heeft dan ook zijn eigen originele vorm: ABBCBC.

Als je overmorgen oud bent
Wie zal dan je bed opmaken
En wie doet je kleine zaken
En wie zorgt er voor je brood
En wie zal er bij je waken
Op de avond voor je dood

Vanaf de eerste zin van dit derde couplet begin ik me persoonlijk aangesproken te voelen. Was het over iemand anders gegaan, had De Corte daar inmiddels al wat meer over verteld. De hoofdzaak ligt duidelijk bij het oud zijn, en hij zingt voor mij. En voor jou. Het woord ‘wie‘ krijgt nu ook extra lading, omdat ik zelf ga nadenken.

Inderdaad… Wie? We hopen allemaal dat onze kinderen naast het bed zullen staan, of onze echtgeno(o)t(e). Maar zo vanzelfsprekend is dat helemaal niet…

Als je overmorgen oud bent
Zo oud dat je oren tuiten
Wie zal je neus dan snuiten
En wie helpt je op te staan
En wie zal je ogen sluiten
Als ze niet vanzelf dichtgaan

Bij mij komen nu echt de tranen. Enerzijds om herinneringen aan mensen die me ontvallen zijn, anderzijds vanwege de confrontatie met mijn eigen eindigheid.

En wie zal je ogen sluiten, als ze niet vanzelf dichtgaan. Wat als ik in een dergelijke staat terecht kom, dat ik niet meer zelf kan beslissen over mijn leven, dat ik mezelf echt niet meer kan wassen, en dat ik nog hoogstens kan communiceren door met mijn ogen te knipperen? Zal er dan iemand zijn om mij uit mijn lijden te verlossen?

3 comments on “Liedanalyse: Als Je Overmorgen Oud BentAdd yours →

  1. In al z’n “eenvoud”: een schitterend nummer met een aangrijpende tekst. Juist omdat je inderdaad wordt geconfronteerd met je eigen verleden, verloren ouders en andere naasten en met je eigen toekomst.

  2. Het laatste stukje tekst interpreteerde ik iets anders. Meer letterlijk. Wie zal je ogen dichtdoen wanneer je bent gestorven (omdat ogen dan niet meer vanzelf dichtgaan), oftewel: Wie is er bij je wanneer je sterft?

    1. Ben ik het helemaal mee eens. Ook dat maakt een lied als dit sterk: de ene interpretatie sluit de ander niet uit, kan het zelfs complementeren. Met andere woorden, hier is geen discussie over mogelijk, waar dat bij veel andere liedjes wel degelijk het geval is. Dank voor je bijdrage!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *